Tips & Advices

Lexicon

A

ACTUALISERING
Het concept actualisering ligt aan de basis van de beoordeling van een aandeel. Een van de gebruikte modellen is het ‘dividend discount model’: aangezien een aandeel geen vervaldatum heeft, hangt de waarde ervan rechtstreeks af van de dividenden die in de toekomst zullen uitgekeerd worden. Om de huidige waarde van het aandeel te berekenen is het dus nodig de toekomstige dividendstroom te actualiseren.

B

BACKSERVICE
Inhaalpremie van een groepsverzekering of een individuele pensioentoezegging die bedoeld is om de loopbaan binnen en buiten de onderneming in één of meerdere keren te financieren.

BALANS
De balans is het boekhoudkundige document dat bestaat uit een recapitulatieve tabel van de activa (vastgoed, schuldvorderingen, beschikbaar geld,…) en de passva (kapitaal, schulden,…) van de vennootschap. De balans vormt het basisdocument voor de fundamentele analyse.


BELASTINGVOET
De belastingvoet (Tax rate) is het percentage aan belastingen dat de onderneming betaalt op haar inkomsten.

BELEGGINGSFONDSEN

Een beleggingsfonds is een gemeenschappelijke pot, een enorme spaarpot die gevuld wordt met publieke spaartegoeden. De spaarder die zijn geld toevertrouwt aan een beleggingsfonds ontvangt in ruil een papieren effect (vandaag wordt dat meer en meer vervangen door een gewone inschrijving op een aandelenrekening of een effectenrekening). Dat papier is het deel. Het geld wordt belegd in obligaties, aandelen, rekeningen, … of elk ander type van belegging, meer of minder gepreciseerd.

In België zijn een heel groot aantal beleggingsfondsen beveks (beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal).

 

BETAALDATUM (BD)

Van zodra een obligatie op de markt wordt gebracht, kan men er via zijn financiële tussenpersoon op intekenen. Op dat ogenblik moet men echter nog niets betalen. De betaling gebeurt op de betaaldatum. Meestal wordt de betaaldatum daarna de jaarlijkse interestdatum en de datum waarop de obligatie vervalt.

BEURSINDEX

Een beursindex is een cijfer dat de algemene tendens weergeeft van een bepaalde groep aandelen (per land, regio, sector, …), door het gemiddelde te nemen van de stijgingen en dalingen.

Het cijfer is relatief. Het krijgt een startbasis, bijvoorbeeld 100. De stijging van de index vertaalt zich in de stijging van het cijfer ten opzichte van zijn startbasis. Een index die gestart is op 100 en 200 bereikt op het einde van een gegeven periode, betekent dat de aandelen waaruit de index bestaat, over die periode gemiddeld verdubbeld zijn in waarde. Particuliere beleggers baseren zich op de meest voorkomende indexen. Maar er zijn heel veel verschillende beursindexen ter beschikking van de analisten.

De meest gekende beursindexen zijn: Dow Jones, Dow Jones Euro Stoxx 50, Bel20, Nikkei, Footsie, …


BOEKWAARDE

De boekhoudkundige waarde of boekwaarde van een bedrijf is de waarde van alle activa, na aftrek van de schulden. Anders uitgedrukt stemt de boekwaarde dus overeen met het eigen vermogen van een bedrijf.

Door de boekwaarde te delen door het aantal aandelen, verkrijgt men de boekwaarde per aandeel, een kengetal dat vaak gebruikt wordt om te beoordelen of een aandeel duur is, aan de hand van de verhouding "beurskoers / boekwaarde".
Die verhouding ligt vaak boven de 1. Dat is ook niet onlogisch aangezien de boekwaarde, die het eigen vermogen weerspiegelt, uitsluitend rekening houdt met de historische inbreng van de aandeelhouders en met de winsten die tot dusver geherinvesteerd werden (dus niet uitgekeerd via het dividend). De beurskoers daarentegen wordt ook geacht rekening te houden met de toekomstige rijkdomcreatie van een onderneming: is die positief, dan komt ze bovenop de actuele waarde. Hoe optimistischer de beleggers m.a.w. zijn, en hoe hoger ze de toekomstige winsten inschatten, hoe hoger de beurskoers ook boven de boekwaarde van het eigen vermogen (per aandeel) zal liggen.

BONUS

Een bonus is het recht dat aan de aandeelhouders wordt toegekend om gratis aandelen te krijgen in verhouding tot het aantal aandelen dat ze al in bezit hebben.

Dit recht wordt vertegenwoordigd door een coupon (nummer X), die in sommige gevallen zelf op de beurs is genoteerd.

Deze parktijk houdt in dat een onderneming een deel van haar winsten uitkeert onder de vorm van aandelen, eerder dan onder de traditionele vorm van een dividend (coupon) in baar geld.

De bonus is een beetje vergelijkbaar met de praktijk van het zogenaamde stockdividend of aandelendividend. Het verschil zit hem hierin : het geld dat voor de bonus wordt uitgekeerd is afkomstig van de vroegere winsten, terwijl het in de andere gevallen om de winsten van het lopende of het pas afgesloten boekjaar gaat.

Als de aandeelhouder bij de bonus de keuze heeft tussen een dividend in aandelen of een dividend in baar geld gebruikt men de term keuzedividend.
De toegekende bonus is niet onderworpen aan de roerende voorheffing van 27 % (in tegenstelling tot het dividend in aandelen).

 

BRUTODIVIDEND

Bij aandelen is het dividend de vergoeding die wordt toegekend aan de aandeelhouders. Het gaat om dat gedeelte van de bedrijfswinst waarvan de algemene vergadering heeft beslist dat het aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd.  

Bij fondsen is het dividend het gedeelte van de globale inkomsten van het fonds dat aan de bezitters van de deelbewijzen wordt uitgekeerd. 

Bij vastgoedcertificaten gaat het om het gedeelte van de inkomsten van het gebouw (huurgelden na afhouding van de kosten) dat aan de bezitters van de certificaten wordt uitgekeerd.  Vóór belastingen (afhouding aan de bron of roerende voorheffing) heeft men het over brutodividenden, erna over nettodividenden.


BRUTORENDEMENT
Een brutorendement is een rendement voor afhouding van de belasting aan de bron (roerende voorheffing). Erna, spreekt men van nettorendement.

C

CBFA of COMMISSIE voor het BANK, FINANCIE EN ASSURANTIEWEZEN
CBFA is de vroegere naam van de FSMA.

D

DEFENSIEF AANDEEL
Een defensief aandeel is een aandeel waarvan de koersevolutie weinig gevoelig is voor de economische ontwikkelingen. Als het slecht gaat met de conjunctuur, houdt de koers normaal gezien beter stand dan die van cyclische aandelenEen defensief aandeel maakt vaak deel uit van een defensieve sector.

DEFENSIEVE

Een 
defensieve belegging is een belegging die weinig risico's inhoudt, hetzij omdat er een kapitaalbescherming is, hetzij omdat ze op effecten mikt die erg weinig gevoelig zijn voor de economische schommelingen of belegt in bijzonder solide ondernemingen.

DISTRIBUTIE OF KAPITALISATIE ?

Beleggingsfondsen kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld. Een manier is om te kijken naar het uitkeringsbeleid. Daarbij hebt u de keuze tussen kapitalisatieaandelen en distributieaandelen: 

– Bij kapitalisatie worden de geïnde opbrengsten (zoals dividenden van aandelen en intresten van cash en obligaties) automatisch herbelegd in het fonds waardoor de portefeuille aandikt. Die fondsen keren met andere woorden nooit een dividend uit. 

– Bij distributie worden de opbrengsten niet herbelegd, maar al dan niet gedeeltelijk uitgekeerd in de vorm van een fondsendividend. Dat gebeurt bij ons meestel jaarlijks. En op het dividend betaalt u de roerende voorheffing.

DIVIDEND

Bij aandelen is het dividend de vergoeding die wordt toegekend aan de aandeelhouders. Het gaat om het gedeelte van de winst van de onderneming waarvan de algemene vergadering heeft beslist om het uit te keren aan de aandeelhouders.

LET OP
In deze site, in de sleutelcijfers van de gedetailleerde fiches per aandeel, verstaan we onder dividend : 
- voor de Belgische aandelen : nettodividend d.i. de precieze som die aan de Belgische aandeelhouder wordt uitgekeerd (brutodividend verminderd met de roerende voorheffing, die momenteel 27% bedraagt)

E

ECONOMISCHE CYCLUS
De term ‘economische cyclus’ duidt op de periodieke schommelingen die men vaststelt in de economische activiteit. Bij een sterke vraag moet de productie zich aanpassen aan die grotere vraag. Bij een dalende vraag vertraagt de productie.
Zo zijn er opeenvolgende periodes van groei en stagnatie. Een periode waarin het bruto binnenlands product (BBP) regelmatig stijgt, is een periode van economische groeiEen periode waarin het BBP geleidelijk aan daalt, noemt men een recessieDe eerste periode van groei na een recessie wordt economisch herstel genoemd.
De duur van een economische cyclus is moeilijk te voorzien.

EIGEN VERMOGEN

Het eigen vermogen van een bedrijf bestaat uit de middelen die werden aangedragen door de "eigenaars" van het bedrijf. Die "eigenaars" kunnen kapitaal ter beschikking stellen (cash) of een inbreng in natura doen (terreinen, gebouwen, enz.). In ruil daarvoor krijgen ze aandelen van het bedrijf en worden ze dus aandeelhouder. 

Het eigen vermogen kan jaarlijks aangroeien doordat er winstreserves worden aangelegd (deel van de winst dat niet wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders in de vorm van een dividend), of het kan slinken wanneer een bedrijf verlieslatend is. 

Het eigen vermogen vormt een soort waarborg voor de schuldeisers van het bedrijf. Als een bedrijf failliet gaat, worden de aandeelhouders (inbrengers van eigen vermogen) pas terugbetaald nadat alle andere schuldeisers volledig werden vergoed. 

Als een bedrijf zijn eigen vermogen wil versterken, kan het bijkomend kapitaal werven bij de bestaande aandeelhouders of bij nieuwe aandeelhouders (kapitaalverhoging door de uitgifte van nieuwe aandelen).

ETHIEK
De term ‘ethiek’ omvat heel uiteenlopende realiteiten, die allemaal te maken hebben met bepaalde kwaliteiten die de activiteiten van ondernemingen kenmerken.
De term wordt vooral gebruikt om de beveks aan te duiden die gespecialiseerd zijn in beleggingen die een bepaalde ethiek respecteren.

F

G

GEMENGDE BEVEK
Een gemengde bevek spreidt zijn beleggingen over aandelen, obligaties en liquiditeiten in welbepaalde sectoren, in welbepaalde landen, in welbepaalde munten of wereldwijd.
De gemengde beveks kunnen worden onderverdeeld in de volgende categorieën :
– Defensieve (low): beleggen hoofdzakelijk in risicoloze beleggingen (75 % van de portefeuille is bijvoorbeeld belegd in obligaties, hoofdzakelijk in stabiele munten).
– Neutrale (medium): verdelen hun beleggingen ongeveer gelijkwaardig over risicovolle beleggingen (aandelen, …) en risicoloze beleggingen (obligaties, …).
– Agressieve of dynamische (high): beleggen hoofdzakelijk in risicovolle beleggingen (75 % van de portefeuille is bijvoorbeeld belegd in aandelen).
Elk product richt zich tot een welbepaald publiek op basis van het risicoprofiel en de beleggingshorizon. Hoe meer risico’s u aanvaardt en hoe verder uw beleggingshorizon reikt, hoe meer u mag beleggen in de meest dynamische fondsen. En omgekeerd natuurlijk.

GROEI
Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld zijn de in % uitgedrukte groeicijfers cijfers op jaarbasis.
Voor een bedrijf weerspiegelen ze de groei van de omzet en/of de winst tijdens een welbepaalde periode ten opzichte van dezelfde periode het jaar voordien.
Voor een land, een regio of een activiteitensector wijst de term ‘groei’, tenzij anders vermeld, op een toename van de economische activiteit.

GOODWILL
Wanneer een bedrijf een andere onderneming overneemt, betaalt het een bepaalde prijs. Die prijs komt niet noodzakelijk overeen met de boekhoudkundige waarde van het gekochte bedrijf. Vaak stellen we vast dat de overnemer een hogere prijs neertelt. Waarom ? Omdat het overgenomen bedrijf een belangrijk merk commercialiseert, symbool staat voor de sector, een interessante klantenportefeuille heeft, aanzienlijke groeimogelijkheden biedt, enzovoort. 
Dit supplement, de "goodwill", wordt geboekt in de balans van het bedrijf en werd volgens de oude regels dan meestal geleidelijk aan afgeschreven.

H

HEFTBOOMEFFECT
Het hefboomeffect is een versterkend effect.

HYPOTHEEK
Onroerend en ondeelbaar reëel recht op een onroerend goed om de betaling van een schuld te waarborgen.

I

IBAN

Het International Bank Account Number (IBAN) identificeert elke rekeninghouder, inclusief zijn bank en vestigingsland. Dankzij het unieke IBAN kunnen banken een betaling volledig automatisch verwerken, zonder nood aan aanvullende informatie.

Sinds 2007 moet u voor elke betalingsopdracht in euro naar een land uit de SEPA-zone dan ook het IBAN van de begunstigde en de BIC van de bankier van de begunstigde meegeven.

In tegenstelling tot een klassiek Belgisch rekeningnummer bestaat een IBAN uit de ISO-landencode van het land waar de rekening wordt gehouden (voor België is dat BE), gevolgd door een controlegetal van twee cijfers, en vervolgens het (bestaande) nationale rekeningnummer in groepen van vier karakters en gescheiden door een spatie.

Voorbeeld : 
een Belgisch rekeningnummer 
123-1234567-12
wordt 
BE12 1231 2345 6712.

INDEX

-De index der consumptieprijzen, of kortweg de index, is een lijst van de prijzen van goederen en diensten, opgesteld door de Belgische Federale Overheidsdienst Economie. De index wordt maandelijks bijgehouden en weerspiegelt de evolutie van de levensduurte. Hij is dus nauw verwant met de inflatie. In de index worden de producten en diensten opgenomen die representatief zijn voor het koopgedrag van de Belgische consument. Deze prijsmetingen van de producten en goederen gebeuren al sinds 1920. Toen ging het om de prijzen van 56 voedingsproducten in 59 Belgische steden en gemeenten. Vandaag worden de prijzen van 507 producten in 65 gemeenten in rekening gebracht. De index houdt onder meer rekening met de prijs van bruin brood, rijst en biefstuk, maar ook met die van kookpotten en een dagverblijf in de kliniek.

-Naast consumptieprijsindex berekent de FOD Economie ook de gezondheidsindex. Die houdt geen rekening met een aantal producten die de gezondheid schaden, zoals sigaretten en brandstof. De gezondheidsindex bevat 23 producten minder dan de algemene consumptieprijsindex.

-In België zijn de meeste inkomens zoals lonen, vergoedingen, vervangingsinkomens, pensioenen, huurprijzen, verzekeringspremies aan de gezondheidsindex gekoppeld. Op die manier wordt het inkomen van de doorsnee Belg zogenaamd welvaartsvast. Met andere woorden : doordat onze inkomsten stijgen zouden we de prijsstijgingen niet mogen aanvoelen. Omdat brandstoffen echter geen deel uitmaken van de gezondheidsindex waaraan de lonen gekoppeld zijn, voelen we echter wel degelijk de oplopende brandstofprijs in onze portemonnee.


INFLATIE

De inflatie is een waardemeter, die gewoonlijk is uitgedrukt in procent, en die de gemiddelde stijging van de consumptieprijzen weergeeft. Over het algemeen vergelijkt men het prijspeil met dat van twaalf maanden eerder. Als men in een bepaalde maand zegt dat de inflatie 3 % bedraagt, betekent dat de prijzen in die maand 3 % hoger lagen dan in dezelfde maand het jaar voordien.  

De inflatie is het tegengestelde van de deflatie.

J

K

KADASTRAAL INKOMEN
Elk gebouw krijgt een kadastraal inkomen (KI) toegewezen dat dient om de door de eigenaar te betalen belastingen te berekenen: de onroerende voorheffing en de belasting op de onroerende inkomsten via de jaarlijkse belastingaangifte.

KAPITAALBESCHERMING
Een fonds met kapitaalbescherming geeft, zoals de naam al aangeeft, aan de belegger een welbepaalde bescherming. Let wel op ! Het gaat niet om een contractuele garantie, maar wel om een soort morele garantie dat hij op de eindvervaldag zijn begininleg of een deel daarvan terugkrijgt.

Maar toch moeten daar een aantal kanttekeningen bij worden gemaakt :

· De belegger krijgt enkel de beginwaarde van het product terug, met andere woorden, de prijs die hij heeft betaald als hij in het fonds is gestapt tijdens de intekenperiode. Na die periode schommelt de inventariswaarde. Wie deelbewijzen koopt met een waarde die hoger is dan de beginwaarde, heeft slechts gedeeltelijke kapitaalbescherming, en betaalt bovendien meer kosten.

· De belegger is enkel zeker de beginwaarde terug te krijgen als hij zijn deelbewijzen houdt tot de voorziene vervaldag. Wie zijn deelbewijzen vóór die datum verkoopt, zal er de inventariswaarde van dat moment voor krijgen en die kan lager zijn dan de beginwaarde. Bovendien gaat een vervroegde uitstap normaal gezien gepaard met aanzienlijke kosten.

· De belegger krijgt het belegde kapitaal terug, maar de kosten en de taksen die hij heeft betaald, krijgt hij niet terug.


KRACH
De term krach verwijst naar een brutale ineenstorting van de koersen, van alle waarden op één (of meerdere) beurzen.

L

LANGE TERMIJN

Beleggen op lange termijn betekent letterlijk beleggen voor een "lange tijd" … hoewel dit begrip relatief kan zijn. In het kader van de strategie van Test-Aankoop invest betekent lange termijn enkele jaren met als minimum 5 jaar maar idealiter gaan we uit van 8 tot 10 jaar.


Een belegging kiezen voor de lange termijn houdt in dat geld er wordt ingestoken die men gedurende verschillende jaren niet zal nodig hebben of niet op een bepaald moment zal moeten recupereren. Waarom? Omdat de waarde van de belegging tussentijds kan dalen en dat verkopen op dat moment nefast zal zijn. Op lange termijn daarentegen is het risico beperkt dat het met een belegging verkeerd afloopt.

LIJFRENTE
Als een eigenaar zijn gebouw verkoopt op lijftente betaalt de koper niet in één keer, maar via periodieke stortingen. Op het ogenblik dat de verkoper overlijdt, mag de koper de betalingen stopzetten. De periodiek gestorte sommen noemt men de lijfrente.



LIQUIDITEIT(EN)

Strikt genomen slaat de term liquiditeiten op het geld waarover men beschikt onder de vorm van munten en biljetten.  

Gezien de perfecte beschikbaarheid van de middelen op klassieke bankrekeningen, verstaat men onder liquiditeiten ook alle middelen die op deze rekeningen zijn geplaatst.

Bij uitbreiding duidt men bij beleggingen met liquiditeiten het gedeelte van het patrimonium aan waarover men (bijna) dadelijk kan beschikken.  

Men heeft het ook over liquiditeit als concept : de liquiditeit van een beleggingsproduct is de manier waarop het in meerdere of mindere mate mogelijk is dat product probleemloos te verhandelen.

M

MEERWAARDE
Een meerwaarde realiseren bij de verkoop van een effect of van goederen betekent gewoon dat men het met winst verkoopt, of met andere woorden dat men meer waarde krijgt dan toen men het effect kocht.

MiFID
MiFID is de afkorting voor “Markets in Financial Instruments Directive”. Het gaat om een Europese richtlijn rond de werking van de financiële markten. Ze is bedoeld om de ene Europese financiële markt te versterken en om zo de grensoverschrijdende concurrentie tussen de Europese financiële instellingen te bevorderen. Met dat doel voor ogen wil de richtlijn de marktregels uniform maken, met name rond de bescherming van de belangen van particuliere beleggers. De richtlijn schrijft ook voor hoe financiële instellingen moeten omgaan met hun particuliere klanten en hoe ze effectenorders moeten uitvoeren. Voor banken en andere financiële partijen betekent de wetgeving ook dat zij meer gegevens moeten publiceren en duidelijkere informatie ter beschikking moeten stellen.

MONETAIR BELEID
Het monetair beleid is de manier waarop een centrale bank gebruik maakt van de rentevoeten om de evolutie van de inflatie en de economie in haar geheel te beïnvloeden. Als een centrale bank de rentevoet verandert waartegen ze geld leent aan de commerciële banken, heeft dat een invloed op de rentevergoedingen van alle andere banken. Op die manier kan het opnemen van krediet worden aangemoedigd of ontmoedigd en kunnen de investeringen worden gestimuleerd of afgeremd. Zo is een verhoging van de leidende rente bedoeld om de economie af te remmen en zo de inflatie onder controle te houden, terwijl een verlaging de economie een steuntje in de rug kan geven als die daar behoefte aan heeft.

N

NETTORENDEMENT
Een nettorendement is een rendement na afhouding van de belasting aan de bron.
Ervóór spreekt men van brutorendement.
De berekening van een nettorendement kan ook rekening houden met de diverse aan- en verkoopkosten enz.

NOTERING

Onder notering verstaat men de evaluatie die gespecialiseerde agentschappen zoals Mood'ys, Standard & Poor's of in België ING opstellen nadat ze de solvabiliteit van staten of ondernemingen hebben bestudeerd, geanalyseerd en opgevolgd. Die evaluatie weerspiegelt de mate waarin ze in het verleden in staat waren en in de toekomst in staat zullen zijn om intresten te betalen en om hun schulden (obligaties) die op vervaldag komen terug te betalen.  

In het courante taalgebruik, gebruikt men voor de notering de Engelse term "rating".

O

OLO OF LINEAIRE OBLIGATIE
OLO is de zeer Belgische afkorting van Obligation Linéaire/Lineaire Obligatie. Het zijn obligaties in euro die op middellange, lange of zeer lange termijn zijn uitgegeven door de Belgische staat. De rente op OLO’s op 10 jaar wordt vaak gebruikt als algemene indicator van het obligatierentepeil.
Hoewel ook particulieren OLO’s kunnen kopen op de primaire en de secundaire markt, kiezen zij vooral voor de beter bekende staatsbons, terwijl de OLO’s, die niet leverbaar zijn, vooral bestemd zijn voor institutionele beleggers die op zoek zijn naar veilige beleggingen.

OMBUDSMAN

De taak van de Bemiddelingsdienst Banken – Krediet – Beleggingen bestaat erin de geschillen tussen een klant en zijn financiële instelling op te lossen. De dienst ambieert een vorm van alternatieve geschillenbeslechting die u als consument in de kaart moet spelen, omdat een bemiddeling altijd goedkoper uitkomt dan het uitvechten van een juridische procedureslag.
De dienst beschikt enerzijds over een ombudsman, die wordt aangeduid door de financiële instellingen, en anderzijds over een permanente vertegenwoordiger van de consumentenbelangen, die wordt gekozen door de consumentenverenigingen, waaronder Test-Aankoop.

Waarvoor kunt u er terecht ? 
Bij de Bemiddelingsdienst kunt u terecht voor klachten over rekeningen en bankbeleggingen (zicht- en spaarrekeningen, kasbons, pensioensparen, …), betalingsverkeer (bankkaarten, overschrijvingen, …), kredieten (consumenten- en hypothecair krediet), roerende waarden en effecten (coupons, beveks, aandelen, …) en over de gegarandeerde basisbankdienst.


Klacht neerleggen
 

Indien u bij een geschil geen genoegdoening krijgt van uw bank, dan kunt u een gratis klacht indienen bij de Bemiddelingsdienst. U moet – en dat kan enkel schriftelijk – het geschil uitleggen dat u met uw financiële tussenpersoon hebt en kopies bijvoegen van uw correspondentie met de bank en van alle bewijsstukken.


Al of niet ontvankelijk ?

De Bemiddelingsdienst bekijkt eerst of de klacht ontvankelijk is. Daarvoor moet hij aan een aantal voorwaarden voldoen : zo moet de klacht worden ingediend door een particulier en het geschil mag nog niet aanhangig zijn bij een rechtbank. Het mag ook niet draaien om het commerciële beleid van een financiële instelling, noch om een loutere vraag naar informatie. Heel belangrijk is ook dat uw vraag al behandeld is door de bemiddelingsdienst van de financiële instelling.

 

Contact

Bemiddelingsdienst 
Banken - Krediet - Beleggingen


Françoise SWEERTS, Ombudsman 
Grégory RENIER, 
Permanente vertegenwoordiger van de consumentenbelangen 

Belliardstraat 15-17, Bus 8 
1040 Brussel 
Tel. : +32 2 545 77 70 
Fax : +32 2 545 77 79 
E-mail : Ombudsman@OmbFin.be

OMZET
De omzet is de opbrengst die een onderneming tijdens een bepaalde periode en bij de normale uitoefening van haar activiteit haalt uit de verkoop van goederen en diensten.

ONROERENDE LEASING
We spreken van vastgoedleasing of onroerende leasing als u uw onroerend goed in erfpacht geeft, het contract voorziet dat het totaal van de erfpachtbijdragen overeenstemt met de prijs van het goed plus de interesten en dat degene die uw goed leaset een koopoptie heeft aan het einde van het contract. Fiscaal gezien wordt de vastgoedleasing beschouwd als een verkoop op afbetaling. De bijdragen bestaan uit interesten en een deel kapitaal voor de betaling van de prijs van het goed.

OPEN ARCHITECTUUR
De term ‘open architectuur’ duidt op het actief openstellen van het distributienetwerk van de banken voor beleggingsfondsen van andere instellingen (de fondsen van derden). Niet te verwarren met het louter kunnen kopen en verkopen van beleggingsfondsen van derden.
Open architectuur gaat van het aanbieden van de klassieke documenten (prospectus, jaarverslag, technische fiche) tot het verlenen van advies.
We onderscheiden hierbij verschillende vormen :
- In de nauwste vorm: indirect via een dakfonds. Hierbij belegt het beleggingsfonds van uw bank in beleggingsfondsen van andere instellingen. 
– Via een geleide selectie: uw instelling biedt u enkele beleggingsfondsen aan van enkele beheerders.
– In de breedste vorm: via een ‘supermarkt’. Hierbij biedt de bank tal van fondsen aan van tal van beheerders. Vaak gaat het uitsluitend om een internetplatform.
Open architectuur kan een toegevoegde waarde bieden voor de belegger, op voorwaarde dat deze kan beschikken over alle nodige informatie en adviezen om in het brede fondsenaanbod de juiste keuze te kunnen maken.

P

PENSIOENSPAREN

Zoals de naam het aangeeft is pensioensparen een spaarformule op lange termijn, waarbij men grosso modo het kapitaal zal terugkrijgen op het ogenblik van zijn pensioen. Pensioensparen wordt fiscaal gestimuleerd, want het jaarlijks voor deze formule gestorte bedrag is, binnen bepaalde grenzen, fiscaal aftrekbaar, en maakt een niet onaanzienlijk belastingvoordeel mogelijk. Pensioensparen kan gebeuren via twee kanalen : pensioenspaarfondsen die worden beheerd door de bankinstellingen en de pensioenverzekering die wordt voorgesteld door de verzekeringsmaatschappijen.

Q

R

80%-REGEL
Regel die bepaalt of de premie van een groepsverzekering of individuele pensioentoezegging al dan niet aftrekbaar is in de vennootschapsbelasting.

RATING
De solvabiliteit van een emittent van obligaties wordt door de rating uitgedrukt.
De rating is een quotering die wordt toegekend door internationale gespecialiseerde bedrijven (Standard & Poor's, Moody's) of in België, ING. De quoteringen gaan van A tot D, en elke letter is ook nog eens onderverdeeld in subcategorieën. Een emittent die een A-rating krijgt, biedt voldoende solvabiliteit. Als men vaststelt dat de rating verlaagt naar B, dan is voorzichtigheid geboden. Bij een C-rating moet men de obligatie verkopen. Met een D-rating kan de emittent eigenlijk niet meer betalen. 
Om de rating aan te duiden gebruikt men ook de term notering. De bedrijven die de ratings toekennen zijn noteringsagentschappen of ratingbureaus. 
Test-Aankoop invest gebruikt ook zijn eigen classificatie :  ++ = zeer goed, + = goed, enz..  ... NR  = geen rating

RENTENIER
In het beleggingsjargon gebruikt men het woord "rentenier" niet alleen om er de personen mee aan te duiden die exclusief leven van het rendement op hun kapitaal, maar meer in het algemeen ook om er de personen mee aan te duiden die een vaste en regelmatige intrest krijgen uit een met dat doel voor ogen vastgezet kapitaal bij een bank of een verzekeringsmaatschappij. Deze specifieke beleggingen noemt men over het algemeen renteniersbeleggingen.

RETURN
De return is het totale rendement van een belegging. Het gaat dus om het onmiddellijke rendement (de intrest van een obligatie, het dividend van een aandeel, van een distributiefonds) vermeerderd met de meerwaarde (het verschil tussen de verkoop- en de aankoopprijs).

S

SEPA

SEPA staat voor Single Euro Payments Area, een geïntegreerde Europese betaalmarkt. De SEPA-zone bestaat uit alle landen van de Europese Unie en IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Het is een grootschalig project dat elke Europese eindgebruiker de mogelijkheid wil bieden om binnen Europa betalingen in euro uit te voeren zoals hij dat doet in eigen land, met andere woorden met hetzelfde gemak, dezelfde veiligheid en dezelfde uitvoeringstermijnen als voor een binnenlandse betaling.

Op termijn zullen de Europese overschrijvingen (SEPA-overschrijvingen) de verschillende lokale systemen voor zowel binnen- als buitenlandse betalingen in euro binnen Europa vervangen.

In België is er nog een overgangsperiode tot eind 2010 waarin de oude okerkleurige Belgische overschrijvingsformulieren en de Europese naast elkaar kunnen worden gebruikt.
SEPA hanteert een uniforme rekeningstructuur die aan de hand van het IBAN (International Bank Account Number) en de BIC (Bank Identifier Code) de bij de transactie betrokken rekeningen op een unieke manier identificeert.

SOLIDARITEITFONDS

Fonds opgericht ten voordele van de aangeslotenen en/of hun rechthebbenden dat solidariteitsprestaties omvat. Het fonds wordt aangevuld met de solidariteitsbijdragen die de verzekeraar inhoudt op de premies gestort in het sociaal VAPZ, het VAP voor loontrekkende zorgverleners en het RIZIV-statuut.

SOLVABILITEIT

Voor obligaties is de solvabiliteit van de emittent een belangrijk gegeven. Het raamt de mate waarin deze uitgever in staat is zijn schulden (het kapitaal van de obligatie) terug te betalen en de intresten (de coupon van de obligatie) te betalen.

De solvabiliteit wordt uitgedrukt via een quotering of rating, die wordt toegekend door internationale gespecialiseerde bedrijven (Standard & Poor's, Moody's, Fitch). De quoteringen gaan van A tot D, en elke letter is ook nog eens onderverdeeld in subcategorieën. Een emittent die een A-rating krijgt, biedt voldoende solvabiliteit. Als men vaststelt dat de rating verlaagt naar B, dan is voorzichtigheid geboden. Bij een C-rating moet men de obligatie verkopen. Met een D-rating kan de emittent eigenlijk niet meer betalen.

T

TAK21

Tak 21 is de verzamelnaam voor verzekeringsproducten met een gewaarborgde rentevoet (en met kapitaalgarantie). De verzekeraar garandeert dus een vast rendement op uw spaarcenten gedurende een vooraf bepaalde periode. Dat rendement kan eventueel nog aangevuld worden met een winstdeelname (= facultatieve bonus die afhankelijk is van de resultaten van de verzekeraar).

 

Bij de tak 21-producten vinden we pensioenspaarverzekeringen en gewone levensverzekeringen terug (die recht geven op een fiscaal voordeel in het kader van pensioensparen), maar ook de verzekeringsbons en spaarverzekeringen.


TAK 23
Tak 23 wijst op een levensverzekering waarbij het rendement gekoppeld is aan de evolutie van één of meerdere beleggingsfondsen. Er is dus geen gewaarborgd rendement. De waarde van de belegging fluctueert zowel naar boven als naar beneden, in functie van de evolutie van de financiële markten. Het risico op kapitaalverlies wordt doorgaans volledig gedragen door de spaarder, al zijn er wel sommige (gestructureerde) producten die kapitaalbescherming op de einddatum bieden.

TAK 26

Een aantal instellingen stellen producten voor die men aanduidt met de naam “tak 26”. Kenmerkend is dat er bij die producten in principe geen verzekerd risico is, evenmin als een verzekerde en een begunstigde bij de afloop van het contract.

De rekeningen van tak 26 zijn feitelijk kapitalisatiecontracten met een welbepaalde looptijd. Ze bieden een gewaarborgd rendement en daarnaast eventueel ook een deelneming in de winst. Het gespaarde kapitaal kan op elk moment worden opgevraagd, maar over het algemeen moeten daar kosten voor worden betaald die van instelling tot instelling verschillen.

Maar wat de financiële tussenpersonen die deze producten aanbieden vooral naar voor schuiven is dat bij de intekening geen enkele belasting noch taks op de storting wordt afgehouden.

U

V

VERVALDAG
Van een vervaldag is sprake bij beleggingsproducten met een vaste looptijd. De vervaldag is de dag waarop de belegging ten einde loopt en waarop de belegger zijn kapitaal terugkrijgt (intact of niet, naargelang van de voorwaarden van de belegging en de omstandigheden) en eventueel ook de opbrengst van zijn belegging.

VOORHEFFING

Inhouding op een storting door een werkgever of een financiële instelling, en die een voorschot is op de eindbelasting.

VRUCHTGEBRUIK
Splitsing van het eigendomsrecht dat aan de titularis het gebruik verleent van een goed dat toebehoort aan anderen en het recht om er de vruchten van te plukken.

W

WAARBORGFONDS
Over het algemeen gebruikt men de term waarborgfonds om te verwijzen naar het Europese depositogarantiesysteem. Dat wordt in werking gezet als een bank failliet gaat en garandeert dat de deposito's bij een bank worden terugbetaald tot maximum 100 000 euro (in België). Die garantie is van kracht per persoon en geldt voor alle deposito's bij de bank zelf : zichtrekeningen, spaarrekeningen, termijnrekeningen, kasbons die door de bank zijn uitgegeven en op een effectenrekening zijn ingeschreven. De terugbetalingsgarantie geldt echter enkel voor deposito's in euro of in een munt van een land van de Europese Unie.

Het fonds wordt gespijsd door de banken die er regelmatig een bijdrage in storten of zich engageren om te betalen in geval van een tussenkomst.


WAARDERING
Aan de basis van de waardering van een aandeel ligt de berekening van zijn theoretische waardeDie omvat het dividend (wat zal de som van de dividenden van volgend jaar, het jaar daarna, … opleveren?) en de vereiste return (welk rendement willen de beleggers halen met een aandelenbelegging om het grotere risico te compenseren dat die aandelen inhouden tegenover staatsobligaties?).
Als de huidige beurskoers onder de theoretische waarde ligt, dan is het aandeel ondergewaardeerd of goedkoop. Als de huidige beurskoers hoger ligt dan de theoretische waarde, dan is het aandeel overgewaardeerd of duur. Tussen de twee ligt de correcte waarde.

X

Y

Z